maandag 9 april 2012

De lege boomhut in het smalle bos

Er woonden twee meisjes in het huis aan de rand van het dorp. Vanuit hun slaapkamer keken ze uit op het bos dat bij hun tuinhek begon en de grens markeerde tussen het dorp en de weilanden. Lea en Fanny noemden het bos het 'smalle bos', omdat het niet breder was dan tien bomen en er slechts een smal paadje door liep. 

Op een middag, toen ze al heel lang in de tuin gespeeld hadden met gras en stenen en ze bloemblaadjes met modder en water gemengd hadden, besloten ze, zonder het echt te overleggen, het smalle bos in te gaan om takken te zoeken.

Er lagen niet veel losse takken tussen de bomen. Ze vonden er één,
die ze in tweeën braken zodat ze allebei een stok hadden. 

'Dit is mijn toverstok', riep Fanny en ze zwaaide er mee in het rond.
'Hocus pocus pilatus pas...' Lea keek om zich heen terwijl ze rondjes draaide met haar stok. '...ik wou dat er een boomhut was!'
Ze wees naar de grote boom een eindje verder op.

Een paar weken geleden hadden ze de hut voor het eerst gezien. Hun poes was weggelopen, dachten ze, maar ze hadden haar onder de boom met de boomhut teruggevonden.


'Zou die mevrouw er zijn?' fluisterde Fanny.
'Ik hoor niets', zei Lea. 'Hocus pocus pilatus pas...' sprak ze zachtjes, '...ik wou dat de hut leeg was!' 
De meisjes bleven bij de touwladder staan.

'Ik ga kijken', zei Fanny. Ze gooide haar toverstok op de grond, trok de ladder naar zich toe en klom naar boven. 
'Het postbakje is leeg!' Ze wees naar het doosje dat aan een touw bungelde.





Fanny kroop de hut in, ging staan, liep naar het open raam en stak haar hoofd naar buiten.


'Lea!' riep ze. 'Het is hier helemaal leeg!'

Onmiddellijk stak Lea haar stok in de zak van haar jurk en klom zo snel als ze kon omhoog. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen